HOFJE MET FRAKÉ NOIR ALS RODE DRAAD

Collectief en tegelijk privé. Onderdeel van het dorp en toch anders dan de rest. Voor senioren én voor gezinnen. Zachtaardig én aardbevingsbestendig. In een hofje van veertien woningen dat veel tegelijk is, zorgt strakke gevelbekleding voor continuïteit op een fundament van houtskeletbouw.

In het hart van het Groningse dorp Stedum werd een bejaardenhuis gesloopt. Ervoor in de plaats kwam een hofje met veertien aardbevingsbestendige huurwoningen voor mensen in verschillende levensfases. In overleg met opdrachtgever Wierden en Borgen en de omwonenden kwam Specht Architectuur en Stedenbouw tot een ontwerp met brede instemming. De negen seniorenwoningen en vijf kleine gezinswoningen hebben zowel eigen terrasjes als een gemeenschappelijke tuin. In het dorp domineert rode steen het woningenbestand. Het collectieve en intieme huizenblok moest zorgen voor een lichte toets. De grote bomen die er al stonden dienden te worden behouden, dus daar werd omheen ontworpen en gebouwd. ‘Door het hofje vormen de bewoners een soort collectief, wat binnen het dorp als geheel ook vrij sterk het geval is’, vertelt Jochem Koster. ‘En als je betrekkelijk dicht op elkaar zit, is hout qua warmte en akoestiek veel prettiger dan andere materialen.’
Hout als juiste keuze
De opdrachtgever is volgens architect Jochem Koster gewend traditioneel te bouwen, zowel constructief als qua materiaal. In hun standpunt dat bouwen in hout voor dit project op deze plek de juiste keuze was, werden de architecten gesteund door de gemeente Eemsdelta. Maar er was wel een punt van zorg: de manier waarop hout doorgaans veroudert onder invloed van de Nederlandse weersomstandigheden sprak Koster niet echt aan. De oplossing werd gevonden in Fraké Noir, thermisch verduurzaamd fraké van leverancier houthandel Van Dam in Bunnik, in een heel precieze toepassing.
‘Het hout is in een open constructie met de nerf verticaal toegepast. Dat zorgt voor goede ventilatie en het regenwater stroomt beter af, waardoor het met een voorvergrijzer behandelde hout mooier en gelijkmatiger veroudert. Fraké Noir bleek de beste oplossing, ook omdat we het in verschillende maten nodig hadden. Dat was onder meer omdat we het hout in een soort wildverband hebben geplaatst, zoals dat bij metselwerk vaker voorkomt. En het is op drie plaatsen gebruikt voor de hekwerken van het hofje, zodat de lijn van de gevel daarin is doorgetrokken.’
Dat gebeurde ook met de klapluikjes voor de badkamers op de achtergevels. ‘De latten zijn eerst aangebracht en daarna doorgezaagd, zodat alles perfect aansluit. Dat is uiteindelijk nog fraaier uitgevoerd dan wij het hadden gedetailleerd. Het heeft een ontzettende eenvoud die het bijna tot een Zwitsers detail maakt.’
Houtskelet en nestkasten
In Groningen is de kans op aardbevingen als gevolg van gaswinning een stuk groter dan elders in Nederland. De veertien woningen moesten dus aardbevingsbestendig worden, iets wat meewoog in de keuze voor houtskeletbouw. ‘Zo’n houtskelet heeft tegelijk de beweging en de stijfheid waardoor het in principe bestand is tegen de bevingen die we hier in het noorden hebben’, legt Koster uit. ‘Een gebouw dat meebeweegt dankzij houtskeletbouw kreeg de voorkeur boven extreem stijf gebouw in beton, terwijl dat veel meer in de traditie van bouwen in Nederland past.’
Een opmerkelijk detail wordt gevormd door groepjes van negen en twaalf ronde openingen in de gevels van diverse huizen. Met deze nestkasten is een functie behouden van de bejaardenwoningen die er vroeger stonden. Die huizen hadden open dakpannen en spouwen, wat ruimte bood aan vogels, insecten en vleermuizen. Uit onderzoek bleek dat die functie met een kleine honderd nestkasten kon worden teruggebracht in de nieuwbouw. Om daar plaats voor te maken werden de gevels op diverse plekken opgedikt, waardoor ook reliëfvorming ontstond.
TEKST: VINCENT KRABBENDAM
FOTO: MARIEKE KIJK IN DE VEGTE FOTOGRAFIE